---
title: "4.2 Bedrijfsvoering en inpasbaarheid"
canonical: "https://www.natuurinclusieve-akkerbouw.nl/space/na02/11272329/4.2%20Bedrijfsvoering%20en%20inpasbaarheid"
format: markdown
---
---

<u>*Type groenbemester*</u>  
Groenbemesters zijn op ieder akkerbouwbedrijf in te passen, maar lastiger op bedrijven met aaltjesproblemen, veel laat-geoogste gewassen en zeer zware grondsoorten. Voor een goede inpassing van groenbemesters in het teeltsysteem is het belangrijk om een doordachte soortenkeuze te maken. De ideale groenbemester verschilt per bedrijf, perceel en hoofdteelt van het desbetreffende jaar en de volgvrucht. Globaal gezien zijn er drie opties voor het inpassen van groenbemesters in een teeltsysteem. De meest voorkomende optie is om de groenbemester te telen na de hoofdteelt. Een andere manier om groenbemesters te telen is onder het hoofdgewas, dit wordt ook onderzaai genoemd. De groenbemester wordt tegelijkertijd met het hoofdgewas gezaaid of enkele weken later. De hoofdzakelijke ontwikkeling van de groenbemester vindt dan plaats na de oogst van de hoofdteelt. Dit is met name een interessante optie voor laat geoogste hoofdgewassen in combinatie met langzaam-groeiende grassen of klavers die niet te veel concurreren met het hoofdgewas. De derde optie is om de groenbemesterteelt als hoofdteelt toe te passen in een jaar. In dit “boostjaar” wordt dan grotere bodemproblemen aangepakt, zoals aaltjesproblemen (bijvoorbeeld met tagetes), wortelonkruiden en bodemverdichting. De bedoeling is dat deze opoffering van een heel teeltjaar terugverdiend wordt in de volgende teelten.  
  
<u>*Soortenkeuze*</u>

De keuze voor een groenbemester hangt af van de voor- en volgvrucht, de hoeveelheid organische stof die de groenbemester levert, de beschikbare tijd in het bouwplan, de afbreekperiode van de groenbemester, de vorstgevoeligheid en gevoeligheid voor ziekten en plagen. Omdat organische stof veel positieve aspecten met zich meebrengt is een goed startpunt om een groenbemester met hoge effectieve organische stof aanvoer te kiezen. De voorvrucht en volgvrucht is ook medebepalend voor de groenbemesterkeuze, in verband met de stikstofbehoefte en de beschikbare tijd in het bouwplan tussen de teelten. Soms zijn aanpassingen in het bouwplan nodig om een groenbemester in te passen. Als de volgvrucht gevoelig is voor stikstof is het slim om een groenbemester te kiezen die weinig stikstof bevat. Daarnaast moet de groenbemesterkeuze worden afgestemd op de mogelijkheden voor het beëindigen van de groenbemester en de afbraakperiode. Organisch materiaal van grassen breekt langzamer af dan het organisch materiaal van andere soorten (vlinderbloemigen en kruidachtige groenbemesters). Een vorstgevoelige groenbemester kan gewenst zijn voor een voorjaarsteelt. Een ander belangrijk aspect om mee te nemen is of een groenbemester een waardplant kan zijn voor ziekten en plagen. Hiervoor is het belangrijk om te weten welke bodemziektes aanwezig zijn op de percelen.

**Voor het kiezen van een groenbemestersoort zou je deze twee stappen door kunnen lopen:**

1. Wat zijn de zwakke punten van een perceel?  Het antwoord op deze vraag geeft het <u>Doel</u> van de groenbemster (organische stof, bodemstructuur, gewasgezondheid, biodiversiteit, mineralenhuishouding, bedrijfsresultaat)
2. Wat zijn de teeltomstandigheden van het perceel? (eg. stikstof, grondbewerking, volggewas, grondsoort en zaaitijdstip

> ✅ In [hoofdstuk 3 van het Handboek Groenbemesters](https://edepot.wur.nl/495935) wordt hulp geboden voor de keuze van groenbemester en zijn er overzichten van:
> ✅ 
> ✅ - Effectieve organische stof aanvoer
> ✅ - Inzaaitijdstip
> ✅ - Stikstofopname
> ✅ - Effect op bodemstructuur
> ✅ - Waarde voor wilde bestuivers
> ✅ 
> ✅ Voor waardplanstatus van groenbemesters bekijk het het [aaltjesschema](http://www.aaltjesschema.nl) of [bodemschimmelschema](https://edepot.wur.nl/377663) per aaltje-groenbemester combinatie.

Om een groenbemester te kiezen is het belangrijk om de eigenschappen van groenbemesters te kennen. Dit zijn de eigenschappen ver verschillende typen groenbemesters:

> ✅ <u>Kruisbloemigen</u>
> ✅ 
> ✅ - Gele mosterd en bladrammenas
> ✅ - Snelle kieming en goede bodembedekking
> ✅ - Veel biomassa
> ✅ - Waard van knolvoet
> ✅ - Resistente rassen voor witte en gele bietencystenaaltje
> ✅ - Goed vanggewas na mais
> ✅ - Niet geschikt als teelt onder hoofdgewas
> ✅ - Winterharde en vorstgevoelige alternatieven
> ✅ - Bloei aantrekkelijk voor insecten (vroege zaai)
> ✅ 
> ✅ > Macro (inline-media-image)
> ✅ 
> ✅ > Macro (inline-media-image)
> ✅ 
> ✅ 
> ✅ 
> ✅ <u>Grasachtigen</u>
> ✅ 
> ✅ - Japanse haver, winterrogge, Engels en Italiaans raaigras
> ✅ - Makkelijke opkomst en onkruidbestrijding
> ✅ - Sterk ontwikkeld wortelstelsel
> ✅ - Goed tegen verslemping
> ✅ - Goede stikstofopnemer
> ✅ - Opletten tarwehalmdoder en voetziekte
> ✅ - Niet in een bouwplan met meer dan 50% granen, of met graszaad
> ✅ - Teelt onder hoofdgewas mogelijk
> ✅ - Winterhard
> ✅ - Geen bloei
> ✅ 
> ✅ > Macro (inline-media-image)
> ✅ 
> ✅ > Macro (inline-media-image)
> ✅ 
> ✅ 
> ✅ 
> ✅ <u>Vlinderbloemigen</u>
> ✅ 
> ✅ - Klavers en wikken
> ✅ - Stikstofbron als aanvulling op bemesting
> ✅ - Niet in een stikstofrijke stoppel
> ✅ - Goede toevoeging in mengsel
> ✅ - Gevoelig voor herbiciden
> ✅ - Alleen op percelen met lage onkruiddruk
> ✅ - Vaak waardplant voor ziekten
> ✅ - Teelt onder hoofdgewas mogelijk
> ✅ - Winterharde en vorstgevoelige alternatieven
> ✅ - Bloei aantrekkelijk voor insecten
> ✅ 
> ✅   
> ✅ 
> ✅ 
> ✅ > Macro (inline-media-image)
> ✅ 
> ✅ > Macro (inline-media-image)
> ✅ 
> ✅ 
> ✅ 
> ✅ Hoofdstuk 4-8 van [het Handboek groenbemester](https://www.handboekgroenbemesters.nl/nl/handboekgroenbemesters.htm) geven verdiepende informatie per groenbemestersoort.

  


<u>*Onderwerken*</u>  
Het juiste moment van het bewerken van de groenbemester is afhankelijk van veel factoren, zoals weersomstandigheden, onkruiddruk en grootte van de groenbemester. Doe dit bij voorkeur mechanisch. Het is belangrijk dat de gewasresten voldoende verteerd zijn bij de inzaai van het volggewas en dat de stikstof door het volggewas opgenomen kan worden. Een voorbewerking zoals maaien of klepelen van het loof van de groenbemesters geeft betere vertering en verdeling van de resten in de bodem. Dit kan het best gepland worden bij droog weer en kort voor het ploegen. Voor een overzicht van de mogelijkheden voor het onderwerken van groenbemesters met kerende en niet-kerende grondbewerking zie [hoofdstuk 10 van Handboek Groenbemesters](https://edepot.wur.nl/474554).