---
title: "8. Randenbeheer"
canonical: "https://www.natuurinclusieve-akkerbouw.nl/space/na02/11272216/8.%20Randenbeheer"
format: markdown
---
---

In het verleden waren de randen van percelen minder in gebruik voor gewasproductie. Grillige perceelsranden, slootranden en overhoekjes lagen braak. Langs hagen of houtwallen was er minder licht en water beschikbaar voor het gewas. Hier waren vaak kruidenbegroeiingen aanwezig. In de opschaling van de landbouw zijn deze kruidenranden vaak verdwenen door het samenvoegen van percelen, verdwijnen van hagen en houtwallen en het dempen van sloten. Ook het streven naar hoge productie leidt er toe dat randen worden ingezaaid, ook al is de productie hier minder. Momenteel worden kruidenranden met verschillende doelen weer geïntegreerd in de bedrijfsvoering. Hiermee wordt de biodiversiteit ondersteund op delen van de grond die minder geschikt is voor productie, wordt er bijgedragen aan het landschap en wordt er gewerkt aan natuurinclusieve landbouw (NIL) en functionele agrobiodiversiteit. In dit fiche worden vier typen randen behandeld:

- <u>FAB-randen</u> (Functionele Agrobiodiversiteit) stimuleren nuttige biodiversiteit door een positief effect op natuurlijke plaagbestrijding en bestuiving. Het doel is de productie te ondersteunen, en een alternatief te bieden voor kunstmatige plaagbestrijding.
- <u>Bufferstroken</u> hebben als doel een buffer te creëren tussen het perceel en de sloot zodat er minder afspoeling is van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater.
- <u>ANLb akkerranden</u> (Agrarisch Natuur- en landschapsbeheer) zijn gericht op ondersteuning van doelsoorten. In akkergebied zijn dat voornamelijk akkervogels als geelgors, patrijs en blauwe kiekendief.
- <u>Ecologisch berm- of slootbeheer</u> heeft als doel biodiversiteit te stimuleren door gefaseerd of niet elk jaar volledig te maaien.